start_k

Wetenswaardigheden


UMC St Radboud ontwikkelt unieke valsimulator

Een nieuwe valsimulator, ontwikkeld door de afdelingen Revalidatie en Neurologie van het UMC St Radboud, is de enige ter wereld die de werkelijkheid van een val optimaal benadert en alle balansreacties, zoals spieractiviteit en vorm en kracht van de balanscorrectie, zeer nauwkeurig meet.
Voor het hele artikel klik hier



Gedragveranderingen na een CVA

Na een beroerte worden gedragsveranderingen vaak niet onmiddelijk herkend door de patiënt of arts. In eerste instantie is er vooral aandacht voor de zichtbare beperkingen, zoals een verlamming of het niet kunnen praten. Pas later worden gedragsveranderingen duidelijk, zoals depressieve symptomen, geheugenklachten en vermoeidheid. Deze gedragsveranderingen hebben vaak een negatieve invloed op het revalidatieproces.

Wat zijn de oorzaken en risicofactoren van gedragsveranderingen na een beroerte? Liselore Snaphaan onderzocht dit bij een grote groep patiënten met een beroerte aan de hand van vragenlijsten, neuropsychologisch onderzoek en beeldvorming. Hieruit blijkt dat vooral patiënten die ernstig gehandicapt raken door de beroerte, en functioneel afhankelijk worden, depressieve symptomen kunnen ontwikkelen.

Verder is gevonden dat geheugenklachten ontstaan doordat de hippocampus (deel van de hersenen dat betrokken is bij geheugen) minder goed werkt na een beroerte. Overigens herstellen deze geheugenklachten vaak na verloop van tijd. Een ander verschijnsel is vermoeidheid na een beroerte. Het blijkt dat vooral patiënten met infarcten in de kleine hersenen of de hersenstam en/of met depressieve symptomen vaker vermoeid zijn.

Dit promotieonderzoek onderstreept dat er structureel aandacht moet zijn voor gedragsafwijkingen na een beroerte. Vooral omdat ze zo vaak voorkomen en veelal niet herkend worden. Maar ook omdat bij tijdige herkenning behandeling sneller kan plaatsvinden.

Bron: UMC St. Radbout



Psychologische benadering MS moeheid.
Vermoeidheid is de meest voorkomende en meest beperkende klacht bij patiënten met multiple sclerose (MS). De oorzaak is vooralsnog onbekend en vermoeidheid is moeilijk te behandelen. Een psychologische benadering van vermoeidheid bij MS-patiënten is veelbelovend en kan worden ingezet om de kwaliteit van leven van MS- patiënten te verbeteren. Dat blijkt uit promotie-onderzoek van drs Yvonne Bol, gezondheidszorgpsycholoog bij het Academisch MS-centrum Limburg.

Zij heeft op vrijdag 5 maart 2010  haar proefschrift Understanding fatiugue in multiple sclerosis - het eerste van het MS-centrum Limburg - verdedigt aan de Universiteit Maastricht.

Bol onderzoekt daarin de relatie tussen vermoeidheid bij MS-patiënten en een aantal biologische en psychologische factoren. Daartoe vergeleek ze MS-patiënten met een groep patiënten met colitis ulcerosa, een niet-neurologische chronische auto-immuunziekte. De resultaten laten onder meer zien dat MS patiënten ernstiger vermoeid zijn dan patiënten met colitis ulcerosa, maar dat de vermoeidheid niet samenhangt met de mate van de witte stof-afwijkingen gemeten met een hersenscan.

Psychologisch
De ernst van de MS draagt wel bij aan het ervaren van lichamelijke vermoeidheid”, aldus Bol. “Maar, ook depressieve klachten, negatieve gedachten over de vermoeidheid en aan vermoeidheid gerelateerde angst en vermijding spelen een belangrijke rol. Daar kun je in elk geval iets tegen doen.”
Een psychologische benadering van vermoeidheid bij MS blijkt veelbelovend te zijn: “Deze kan worden gebruikt om nieuwe interventies te ontwikkelen om de kwaliteit van leven van MS- patiënten te verbeteren.”

Depressie
Vermoeidheid kan  gerelateerd zijn aan een depressie. Dan gaat het niet over een normaal ‘dipje’ als kortdurende reactie op bijvoorbeeld een vervelende gebeurtenis, maar om hevige en langer durende neerslachtigheid die een negatieve invloed heeft op het dagelijkse leven en welzijn van de patiënt: men is somber en in de put en geniet veel minder of niet meer van activiteiten of bezigheden waar men  tevoren wel van genoot. Daarnaast zijn er ook andere klachten, zoals verminderde eetlust, gewichtsverlies, slaapproblemen, gevoelens van schuld en hopeloosheid en verminderde seksuele interesse.
Yvonne Bol: “Ook vermoeidheid en verminderde energie zijn symptomen van een depressie. Terwijl in de algemene bevolking zo’n 6-7% van de mensen een depressie heeft,  hebben mensen met een chronische ziekte hier veel meer kans op, n.l. 25-30%. Bij MS komen depressies nog vaker voor: 27-45% Ongeveer de helft van de MS-patiënten heeft gedurende het ziekteproces een keer te maken met een depressieve periode.”

Vermoeidheid
“Er zijn aanwijzingen dat bepaalde factoren de vermoeidheidsklachten bij chronische ziekten in stand kunnen houden”, aldus Bol. “Bij MS is hier nog weinig over bekend. Ik heb bijvoorbeeld  onderzocht of de manier waarop iemand over de vermoeidheid denkt en met de vermoeidheid omgaat,  belangrijk is bij het voortbestaan van vermoeidheid. Dat inzicht kan vervolgens bijdragen aan een betere behandeling van vermoeidheid bij MS. Een deel van de patiënten zal bijvoorbeeld minder actief worden. Gedachten die iemand heeft, zoals ‘ik moet niet te veel ondernemen, want dan worden mijn klachten erger’ kunnen de vermoeidheid in stand houden.  Vermoeidheid is immers geen reden om je niet in te spannen. Inactiviteit kan op termijn zelfs tot méér vermoeidheid leiden! “

Bron: Academisch ziekenhuis Maastricht